
de Volkskrant
10 april 2018 dinsdag
Section: V Opening; Blz. 2
 ENITH VLOOSWIJK
Highlight: Berichten verspreiden zich vaak razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Deze week: kinderen presteren beter als ze zijn verkleed als Batman.
Van wie komt die claim?
Heeft je kind geen zin zijn kamer op te ruimen en is Batman zijn favoriete held? Laat hem dan de klus eens doen met een zwarte cape om. Als opruimende held Batman (of een andere) vervult het kind de opdracht stukken beter. De tip verscheen onlangs op de site van het Amsterdamse opvoedkundige bureau Buro Bloei. Het is gebaseerd op een artikel in wetenschappelijk tijdschrift Child Development: 'The Batman Effect: Improving Perseverance in Young Children.' Het kreeg veel aandacht in allerlei media, zoals Metronieuws.
Klopt het?
De Amerikaanse auteurs van het artikel lieten 180 kinderen een saaie taak uitvoeren op de computer. Naast de computer lag een iPad met een spelletje. Alle kinderen kregen te horen dat het erg belangrijk was de taak uit te voeren, maar ze mochten zelf bepalen wanneer ze pauzeerden met de iPad. De kinderen werden opgedeeld in drie groepen van 4- en 6-jarigen. Groep één kreeg de opdracht zichzelf regelmatig af te vragen: 'Ben ik hard aan het werk?' Groep twee moest over zichzelf in de derde persoon spreken, bijvoorbeeld: 'Is Max hard aan het werk?' De kinderen uit de derde groep moesten een superheld kiezen: Batman, Bob de Bouwer, of Rapunzel. Zij kregen een kledingstuk aan van hun held en moesten zich afvragen: 'Is Batman (of Bob, of Rapunzel) hard aan het werk?' 

De kinderen die zich voordeden als superheld lieten zich het minst afleiden: de verklede 6-jarigen besteedden 20 procentpunt meer tijd aan hun taak dan hun leeftijdgenoten uit de eerste groep. De onderzoekers vermoeden dat kinderen in de rol van superheld beter afstand nemen van hun eigen negatieve emoties en impulsen. Het kan ook zijn dat ze zich optrekken aan het voorbeeld van hun superheld. Methodoloog Peter Lugtig van de Universiteit Utrecht is niet onder de indruk: het zogenaamde Batmaneffect blijkt vrij klein te zijn. Uitgedrukt in eta kwadraat, een statistische maat voor effectgrootte, is dat 0,05. Pas vanaf ongeveer 0,13 spreken wetenschappers van een 'medium effect'. Als de onderzoekers de groepen onbewust net anders instrueerden, kon dat al effect hebben. Bovendien variëren de resultaten tussen de kinderen zo sterk dat het effect misschien voor sommige kinderen in groep drie wel geldt, maar voor veel andere niet. Statisticus Daniël Lakens van de Technische Universiteit Eindhoven wijst op de omvang van de groepen: elke groep was onderverdeeld in 4- en 6-jarigen. 'Dertig kinderen per conditie is te weinig.' De Utrechtse onderwijskundige Casper Hulshof vindt het effect 'niet noemenswaardig'. Hij wijst op het Hawthorne-effect: mensen gedragen zich anders als je wat dan ook verandert aan de gebruikelijke situatie. Toch vindt hij het idee kinderen een taak verkleed te laten uitvoeren prima. 'Positieve aandacht besteden aan je kinderen is altijd goed, alleen heb je daarvoor dit experiment niet nodig.'
Eindoordeel
Verkleden is leuk, maar het Batmaneffect is niet overtuigend aangetoond.



